woensdag 19 juli 2017

Vlinders in Frankrijk

Het valt niet mee om een geweldige kampeervakantie in een paar blogs samen te vatten. Dat ga ik dus ook niet doen.

Henny is bezig met een mooi verslag. Kijk daar maar eens...



Wél wil ik je laten meegenieten van de vlinders en andere insecten die we hebben gezien.

We hebben talloze blauwtjes gezien.
Dit is er een van.


De geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) is het nachtvlindertje met de langste antennes in Europa.
Het beestje zelf is nog geen twee cm, maar de antennes van het mannetje zijn zeker vijf cm lang.
(Henny heeft deze foto gemaakt.)

De vlinder die de grootste indruk op ons maakte, was de grote weerschijnvlinder (Apatura iris).
De binnenkant van de vleugels lijkt saai zwart, tot de Zon er op schijnt: dan zie je de prachtigste kleuren verschijnen.


 Klik voor het filmpje

In dit filmpje zie je er een vocht halen uit een hondendrol.


Op het eerste gezicht lijkt dit ook een grote weerschijnvlinder.
Het is echter de kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla).


Zo ziet de onderkant van de vleugels (van de kleine ijsvogelvlinder)  eruit.

Het groot geaderd witje (Aporia crataegi).


In het toiletgebouw van de camping in de Jura zat een enorme hoeveelheid nachtvlinders. Ik heb er drie op de foto gezet. De opnames zijn niet geweldig, maar ze geven wel een indruk van de diversiteit aan nachtvlinders.

De bonte bessenvlinder of harlekijnvlinder (Abraxas grossulariata).


Het rozenblaadje (Miltochrista miniata).


De sneeuwwitte vedermot, vijfvingerige vedermot of witte vedermot (Pterophorus pentadactyla)


Het dambordje (Melanargia galathea) (hier het vrouwtje) is ook zo'n vlinder die er van boven heel anders uitziet dan van onder. Kijk maar op deze foto's:

Het vrouwtje van boven...

...de onderkant erbij...


...vrouwtje boven, mannetje onder...


...vrouwtje boven, mannetje onder.


De gewone bronlibel (Cordulegaster boltonii).


Deze kon ik niet thuisbrengen.


Tijdens een wandeling kruiste deze veldkrekel (Gryllus campestris) ons pad.


Regelmatig liepen we in een wolk vlinders, net een sprookje.


Geen idee welke soort dit is.

Eén paadje was vochtig en daar lagen een paar plasjes. Daar maakten talloze vliegjes gebruik van.

Het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus), een dagactieve nachtvlinder.


Een verrassing: in de tuin van de boeddhistische tempel zagen we deze koningspage (Iphiclides podalirius).


Tijdens een koffiestop richting Trier vond Henny deze Blauwzwarte Houtbij (Xylocopa violacea) in de lathyrus.


Tijdens een andere stop zagen we een hele groep keizersmantels (Argynnis paphia) op wat braamstruiken.
Steeds als het begon te regenen, vlogen ze de bomen in om te schuilen.
Zodra de Zon weer tevoorschijn kwam, kwamen ze als vallende blaadjes weer naar beneden om van de nectar te snoepen.






Bijna overal waar we waren, zowel in het veld als in steden, zagen we grote aantallen vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus).
De grote met de "Afrikaans maskers" zijn de volwassenen, de andere zitten in een van de jeugdstadia en heten dan nog nimf.

maandag 3 juli 2017

Bijzondere ontmoetingen in Frankrijk

Zo, we zijn weer terug. We hebben de afgelopen bijna drie weken heerlijk gekampeerd in Frankrijk.
Natuurlijk hebben we heel veel gezien en heel, heel veel, foto's gemaakt.

Een aantal verschijnt nog wel in onze blogs.

Een specifieke ontmoeting wil ik nu vast met jullie delen, omdat wij hem heel bijzonder vonden.

Het gebeurde in de Bourgogne, om precies te zijn in de etang van Joke en Fred, waar we op de camping stonden.

Op een middag liepen we op ons gemak langs het meer, toen we iets vreemds zagen: in het water, vlak bij de oever, aan een tak, lekker in de zon, hing een bol van zo'n 15 cm doorsnee.

Nieuwsgierig als we waren, haalde ik de tak voorzichtig naar boven. De bal ging mee en bleef zelfs boven water aan de tak hangen.
De bal was bruin-geel en een beetje doorzichtig. In eerste instantie dachten we aan een ei-klomp van vissen of slakken, maar daar was hij te groot en te stevig voor. Bovendien klopte de structuur ervan niet.

De bol voelde stevig aan, was niet slijmerig maar gaf wel mee als je er voorzichtig in kneep.
We hadden geen idee wat het was.

Toen we verder rondkeken, zagen we dat er aan meer takken dit soort structuren hingen. Niet zulke mooie bollen als deze, meestal vormeloze klompen.

Hier wat foto's:

Het meertje.


De raadselachtige bol.


Hier zie je dat er structuren in zitten.

Een klomp aan een tak.

Op het droge bleef de vorm intact.


Hier zie je goed dat er stervormige structuren aan de oppervlakte liggen.
Verder was er weinig aan te zien.
Er bewoog niets, het leek absoluut niet op eitjes.


Het lijkt wel een opgerold worstje.

Toen we Fred en Joke over onze vondst vertelden, begrepen ze wat we bedoelden, maar ze konden ons niet wijzer maken. Bij het stadhuis in het naburige dorp hadden ze hen verteld dat het algen waren. Dat leek ons niet.

Thuis gekomen, doken we meteen het internet op. Het viel niet mee: als we Google lieten zoeken naar foto's die op de bol leken, kregen we vetbolletjes voor vogels te zien, en de andere structuren leverden ook niets op.
Ik had geen flauw idee waar ik het antwoord moest vinden.

Ik probeerde het vissenforum van waarneming.nl. Daar vertelden ze me dat het beslist niets met vissen te maken had. Ze adviseerden me om het op het slakkenforum te proberen. Daarnaast kwam Henny met het idee om het voor te leggen in de diersporengroep van Facebook.
Ik volgde beide suggesties op en kreeg op beide platforms vrijwel direct het antwoord:

Het zijn kolonies van waterzakmosdiertjes (pectinatella magnifica).
Mosdiertjes zijn een soort minipoliepjes die met hun vangarmen algen uit het water zeven en dat opeten.
Deze soort vormt kolonies tot wel twee meter groot!

De soort is inheems in Noord-Amerika en is hier een exoot. In Nederland is hij in 2004 voor het eerst gezien, in de rivier de Hunze (die stroomt door Groningen en Drenthe).
Ze gedijen het best in water van 16 graden of meer. In kouder water valt de kolonie uit elkaar. De beestjes kunnen wel overwinteren.
Als je er meer over wilt lezen: hier en hier staan interessante artikelen en foto's.

Toen we een paar dagen later op een avond lekker op het bankje aan het meertje zaten te kijken, zagen we aan de overkant nog een andere exoot (dit keer uit Zuid-Amerika) zwemmen: een beverrat. Ook interessant, maar (voor ons) lang niet zo bijzonder als de buitenaards aandoende waterzakdiertjes.

De beverrat is (zonder staart) rond de 60 cm lang.
Daar komt dan nog de staart van tegen de 40 cm bij.
De staart is rond en daardoor kun je hem gemakkelijk onderscheiden van de echte bever die een platte staart heeft.


Ook zijn witte snuit en snorharen zijn kenmerkend.



De beverrat is een onwelkome gast omdat hij met zijn gegraaf waterwerken behoorlijk kan beschadigen.

Zo, hier laat ik het even bij.
Onze andere bijzondere ontmoetingen komen later aan bod.

Vlinders in Frankrijk

Het valt niet mee om een geweldige kampeervakantie in een paar blogs samen te vatten. Dat ga ik dus ook niet doen. Henny is bezig met een ...